Het recht om fouten te maken: wanneer verandert de wet in Nederland?

 

Op 10 augustus 2018 nam het Assemblée nationale in Parijs een belangrijke wet aan. Deze wet geeft burgers het recht om fouten te maken. De wet is gebaseerd op het principe dat burgers en bedrijven te goeder trouw handelen, totdat het tegendeel bewezen is.

 

Waarom deze wet in Frankrijk?

In Frankrijk was de verhouding tussen burgers en de overheid verhard. De nieuwe wet heeft daar verandering ingebracht: het maakt een einde aan de traditionele verhouding van wantrouwen en achterdocht tussen overheid en burgers. Dienstbaarheid en vertrouwen als uitgangspunt. In plaats van onmiddellijk bestraffen, gaat de overheid eerst met burgers in gesprek.

 

Wat houdt de wet precies in?

De wet komt erop neer dat natuurlijke personen en rechtspersonen fouten kunnen maken, zonder dat de overheid dit onmiddellijk als overtreding of fraude ziet. Elke gebruiker kan zijn fout corrigeren. Voorwaarde is dat de fout te goeder trouw en voor de eerste keer is begaan. Daarnaast moet het herstellen van de fout op eigen initiatief of op verzoek van de overheid gebeuren. Zolang de nieuw aangeleverde informatie correct is, wordt de burger niet bestraft voor de oorspronkelijke fout. De bestraffing kan bijvoorbeeld een geldboete zijn of het ontnemen van een uitkering.

 

Wie heeft het initiatief genomen tot deze wetswijziging?

De wet is er gekomen op voorspraak van president Emmanuel Macron. In zijn verkiezingscampagne in 2017 was dit één van zijn beloftes aan het Franse volk. Het wetsvoorstel omvat bijna 250 bladzijden en 40 uitgebreide wetsartikelen. Maar de kern van het wetsvoorstel is het recht om fouten te maken.

 

Hoe staan de zaken ervoor in Nederland?

In 2015 vraagt de Nationale Ombudsman in zijn jaarverslag aandacht voor het volgende: ‘De groeiende complexiteit en toenemende onderlinge verstrengeling van regels en een aantal factoren dat deze ontwikkeling in de huidige tijd stimuleert, maakt dat burgers steeds vaker de weg niet meer vinden in de verstrengelde regelingen’.

De Raad van State adviseert in zijn jaarverslag van 2017: ‘Net als in Frankrijk zou ons parlement moeten overwegen een wet in te voeren die burgers het recht geeft fouten te maken zonder dat dit onmiddellijk als overtreding of fraude wordt gezien.’ De Raad vraagt aandacht voor het beeld van de burger waarvan de overheid uitgaat. Dat is vaak te negatief. ‘Burgers zijn niet de berekenende personen waar de regelgeving van uitgaat. Het zijn mensen die fouten kunnen maken zonder dat dit meteen van kwaadwilligheid getuigt.

Op 23 april 2018 verschijnt er een artikel in het Nederlands Juristenblad. De titel is ’Het recht om fouten te maken’. Het artikel is geschreven door Tom Barkhuysen. Hij is redacteur van het NJB, advocaat-partner bij Stibbe en hoogleraar staats- en bestuursrecht aan de Universiteit Leiden. In dit artikel vraagt ook hij zich af of Nederland moet nagaan of het zinvol is om een wet in te voeren zoals Frankrijk invoerde.

 

Wat heeft de toeslagenaffaire met bovenstaande te maken?

De toeslagenaffaire is veroorzaakt door onterechte fraudeverdenkingen met kinderopvangtoeslagen en de strenge terugvorderingen bij fouten. Vanaf 2017 kreeg de affaire in toenemende mate aandacht. In de periode van 2004 tot 2019 ging het naar schatting om 26.000 ouders en daarmee 70.000 kinderen.

 

In Nederland blijven wezenlijke veranderingen uit!

De toeslagenaffaire toont aan dat het cruciaal is, dat de relatie in ons land tussen overheid en burgers verandert. Deze relatie kan alleen wezenlijk veranderen, als de wet verandert. Maar tot op heden zijn er in Nederland nog geen plannen om de wet aan te passen. En dat verbaast in een land waar vrijheid als het grootste goed gezien wordt. Of zoals Gandhi zei:

‘Freedom is not worth having if it does not include the freedom to make mistakes.’

 

Bronnen